Egypte stond in de oudheid bekend als hét land van tovenarij. Een bekende truuk, volgens Exodus 7, was het werpen van een staf op de grond waarna de staf in een slang veranderde. Aäron, de broer van Mozes, beheerste die truuk tot in de puntjes, want zijn slanggeworden staf at die van zijn Egyptische toverconcurrenten op.